Iran

Atoomovereenkomst met Iran?

O Iran, o met juwelen versierd land
O, jouw grond brengt kunst voort
Moge alle kwade gedachten over jou wegblijven
Moge je voor eeuwig voortbestaan
….

De stenen van jouw bergen zijn juwelen en parels
De grond van jouw valleien zijn waardevoller dan goud
Wanneer kan mijn hart afstand van jou doen?
Zeg mij, wat zou ik doen zonder liefde voor jou te koesteren?
(uit: niet officiële volkslied Iran uit 1944, geschreven door professor Ruhollah Khaleghi)
Feestende Iraniërs in de straten van Mashad, één van de belangrijkste 
bedevaartsteden in Iran

Na het bereikte kernakkoord op donderdagavond 2 april in Lausanne over het Iraans atoomprogramma gingen duizenden Iraniërs de straat op om het bereikte akkoord te vieren. De Iraanse minister van Buitenlandse zaken en meester diplomaat Javad Zarif werd bejubelt en het niet officiële volkslied ‘Ey Iran’ werd dikwijls gezongen.
Het akkoord werd bereikt door onderhandelingen van de zogenaamde P5 staten (vetorecht in VN + 1, Duitsland) en de EU met Iran. Het raamakkoord zou gaan over de mate waarin Iran nog uranium mag verrijken en over het toezicht door het Internationaal Atoomagentschap. Op 30 juni zou er een slotakkoord ondertekend moeten worden. Dan zou er een begin gemaakt kunnen worden met de ontmanteling van de al jaren werkzame economische sancties tegen Iran.
Zoals verwacht reageerde Israël afwijzend op een overeenkomst met Iran. Nog voordat er een akkoord bereikt was zei de Israëlische premier Benjamin Netanyahu dat een nucleair akkoord met Iran het ‘voortbestaan van Israël zal bedreigen’. Na het akkoord sprak hij over ‘een historische vergissing’.
In de Verenigde Staten is verschillend gereageerd op het akkoord. Richard Haass, de voorzitter van het invloedrijke Council on Foreign Relations (CFR), noemde het interimakkoord ‘een belangrijke prestatie’ en zei dat wie tegen het akkoord is omdat het niet compleet zou zijn, teveel vraagt. De voormalige VN-ambassadeur onder oud-president George W. Bush, John Bolton van het American Enterprise Institute (AEI), noemde het akkoord in de neoconservatieve Weekly Standard “een abjecte overgave door de VS.” Hij riep Netanyahu op om zijn dreigementen waar te maken en militaire actie te ondernemen. Volgens de neo-conservatieve haviken die in directe verbinding staan met Netanyahu is Iran niet te vertrouwen en is het wachten op het moment dat Iran zijn atoombom klaar heeft staan. Maar de vraag is: wie is er eigenlijk niet te vertrouwen? Misschien moeten de Iraniërs voormalig president Gorbatjov raadplegen over de deal die hij met de Amerikanen maakte over de hereniging van Duitsland. De VS beloofde haar invloedssfeer niet richting het Oosten te zullen uitbreiden. De deal bleek door de uitbreiding van de NAVO met voormalige Oostbloklanden een wassen neus. Of misschien even navraag doen bij de Iroquois, de Sioux,
Cheyenne, Comanche en andere Indiase stammen. Washington blijkt zich aan geen enkele afspraak met deze oorspronkelijke bewoners van Amerika gehouden te hebben (Ralph K. Andrist; The Long Death, The Last Days Of The Plains Indian).
Het deed de Amerikaanse econoom en staatssecretaris voor Economische Zaken onder president Reagan, Paul Craig Roberts tot de uitspraak verleiden dat Washington niet te vertrouwen is: “Iran moet geen geloof hechten aan een overeenkomst met een land dat nog nooit zijn woord gehouden heeft.”  Een wel heel sombere uitspraak als je ervan uitgaat dat toch alles beter is dan de militaire optie die de haviken in de VS voorstaan. Natuurlijk, het Iraanse volk heeft alle recht om argwanend tegenover het Westen te staan, hoewel het de vraag is of de nieuwe generatie in Iran een dergelijk historisch besef bezit. Al in 1872 verkocht de Sjah van Iran, Nasir al-Din Shah aan de oprichter van het persbureau Reuter, de Brit, journalist en mediamagnaat baron Julius de Reuter, het recht om alle Iraanse spoorwegen en kanalen te exploiteren, zo ook de meeste mijnen, alle bossen en het beheer over alle toekomstige industrieën. De Iraniërs waren zo woedend over de deal dat de Sjah in het volgend jaar gedwongen werd de ‘verkoop’ te herroepen.
In 1953 werd met behulp van de BBC (die westerse media toch!) een Amerikaanse en Britse coup gepleegd tegen de wettelijk gekozen president Mosaddegh. Mosaddegh had het aangedurfd het op te nemen tegen de Westerse oliemaatschappijen.
Hij kreeg tot in de Verenigde Naties het gelijk aan zijn zijde, maar de destabiliserende krachten waren te sterk.
In het geheim werden leden van de Iraanse inlichtingendienst door de VS getraind met methodes waarvan een CIA-analist beweerde dat zij gebaseerd waren op Duitse foltertechnieken uit de Tweede Wereldoorlog. Een coup onder leiding van de CIA en het Britse MH17 bracht de ‘Sjah van Perzië’ aan de macht. Een lot die dezelfde Sjah van Perzië 25 jaar later eveneens onderging. En opnieuw waren het krachten ‘van buiten’ die bepalend waren voor het verdere verloop van de geschiedenis van Iran. In november 1978 benoemde president Jimmy Carter ene George Ball – eveneens lid van de zogeheten trilaterale commissie – tot hoofd van een speciale werkgroep. Deze viel onder de ‘National Security Council’ van Brzezinski, Carters veiligheids-adviseur. (vermoedelijk nog steeds op de achtergrond de stuwende kracht achter de Buitenlandse politiek van Barack Obama). Deze Ball was degene die Washington adviseerde om de steun aan de Sjah van Perzië stop te zetten en in zee te gaan met de fundamentalistische Islam-oppositie die aangevoerd werd door de in Europa verblijvende Ayatollah Khomeini. De coup werd ook hier geleid door de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten. De achtergrond van het plan om het Islam fundamentalisme te steunen werd in mei 1979 op de Bilderberg bijeenkomst in Oostenrijk door de Britse Islam-expert dr. Bernard Lewis uiteengezet. Maar al vanaf oktober 1978, nadat de onderhandelingen tussen Iran en British Petroleum waren vastgelopen – de Britten eisten het exclusieve recht op de export van Iraans olie onder belachelijke voorwaarden – begonnen de destabiliserende maatregelen tegen het regime van de Sjah in werking te treden.
Economische sancties door de weigering van aankoop van Iraanse olie en aangewakkerde stakingen onder olie-arbeiders deden de olieproductie van het land dramatisch kelderen. De activiteiten van de Sjahs geheime politie, Savak, aangestuurd door het Westen, leidde tot nog meer repressie in het land en deed de antipathie tegenover de Sjah maximaliseren. De regering van Carter toverde cynisch genoeg het mensenrechten vraagstuk uit de hoge hoed. Doet het altijd goed. In januari vluchtte de Sjah het land uit
en in februari 1979 werd Khomeini ingevlogen om in Teheran een repressieve theocratische staat te installeren. De chaos in Iran was compleet. Het plan dat dr. Bernard Lewis op de Bilderberg bijeenkomst van mei 1979 presenteerde was gericht op de Balkanisering (fragmentatie) van het Nabije Moslim-Oosten op basis van stammen en langs religieuze lijnen. De ontstane chaos zou volgens hem leiden tot wat hij noemde de ‘Arc of Crisis’, die als een inktvlek zou uitdijen tot in de Moslim-regio’s van de Sovjet-Unie.
En we weten uit de recente Oekraïne-crisis dat tot één van de belangrijkste doelstellingen van de VS, de destabilisatie en onder westerse invloed brengen van Rusland behoord.
Hoewel we iedere vorm van diplomatieke oplossing bij conflicten tussen naties moeten toejuichen, is op basis van de (recente) geschiedenis toch enige terughoudendheid ten aanzien van het akkoord in Lausanne geboden.  Uiteraard wensen we het volk van Iran voorspoed en vrede toe. Dat heeft het op basis van de ongepaste, desastreuze inmenging van het Westen in de laatste 150 jaar wel verdiend.

 

Advertenties
Standaard